educatie op het gebied van bekken en bekkenbodem

cursusinhoud

De bekkenfysiotherapeut speelt een steeds belangrijker rol in onderzoek en behandelen van vrouwen met klachten in verband met een urogenitale prolaps (POP). Behalve diagnostiek van de bekkenbodemspierfunctie (BBSF) is inmiddels ook de Pelvic Organ Prolapse Quantification (POPQ) als meetinstrument van een vaginale prolaps voor de bekkenfysiotherapeut een belangrijk diagnosticum. De POPQ is een gevalideerd en betrouwbaar meetinstrument dat in veel wetenschappelijk onderzoek wordt ingezet en staat vermeld in de richtlijnen die door ICS en IUGA geschreven zijn. Er zijn ook ontwikkelingen gaande die een nieuwe vereenvoudigde methode beschrijven: de simplified POP (s-POP). Deze is echter nog niet geaccepteerd als de gouden standaard. Omdat deze methode geëxtraheerd wordt uit de POPQ blijft het essentieel de POPQ methode als meetinstrument te beheersen.

Hoewel dit meetinstrument vooral voor gynaecologen was gevalideerd en gebruikt is dit inmiddels ook op validiteit getest voor de bekkenfysiotherapeut. Duidelijk is gebleken dat de bekkenfysiotherapeut evengoed in staat is de POPQ-meting uit te voeren als de gynaecoloog. Reden te meer om je deze techniek eigen te maken.

Het vele wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de POP heeft ook meer risicofactoren in beeld gebracht. Inmiddels is ook de multidisciplinaire richtlijn urogenitale verzakking tot stand gekomen waar de bekkenfysiotherapeut een belangrijke rol heeft gekregen en waar de docent van deze cursus aan heeft meegewerkt. De bekkenfysiotherapeut zal in toenemende mate ook een belangrijke rol kunnen spelen in de preventie van POP. Hierbij speelt natuurlijk de kennis rond de levator avulsie, de rol van de intra-abdominale druk en de bekkenbodemspierfunctie een grote rol.

De POPQ is niet eenvoudig en het vraagt een intensieve training om dit op de juiste wijze onder de knie te krijgen. Een stap-voor-stap proces. En vooral veel oefenen in de praktijk. Door de e-learning ondersteuning zowel voor als na het volgen van de cursus zal de implementatie van de opgedane kennis en vaardigheden dit vereenvoudigen. Naast de POPQ en het leren herkennen van een avulsie is ook het bekkenbodem spierfunctie onderzoek onderdeel van de cursus. Ook is er aandacht voor de mogelijkheden van preventie. Aan de hand van casuïstiek zal tevens het klinisch redeneerproces worden doorlopen.

BUIKDRUK
De rol van de buikdruk is steeds meer bekend dankzij onderzoek. Het zelf kunnen meten van de buikdruk bestaat nu ook tot de mogelijkheden en dankzij de samenwerking met MMS/Laborie kan er op de cursus ook daadwerkelijk gemeten worden om de verkregen inzichten in te kunnen zetten in de dagelijkse praktijk.

Voorafgaand aan het volgen van de cursusdag wordt een link naar de digitale leeromgeving toegezonden zodat de deelnemer zich kan inlezen en een (formatieve) toets kan doen om het eigen kennisniveau te bepalen.
Na het volgen van de cursus wordt opnieuw online de (wederom formatieve) kennistoets gedaan waarna men het certificaat kan downloaden. In verband met de praktische training is het maximum aantal cursisten 15.

studiebelasting uren

12

contact uren

8

aanvullende cursus informatie

De training bestaat uit:

  • Een state of the art van de POP, etiologie, prevalentie
  • een theoretische achtergrond en terminologie van de POPQ en de s-POP, de levator avulsie en het bekkenbodemspierfunctieonderzoek
  • eerste vaardigheden om de methode zelfstandig te kunnen uitvoeren met opbouw om zelf aan de slag te kunnen in de eigen praktijk
  • instructies hoe te werken met de e-learning ondersteuning
  • overzicht van de recente literatuur betreffende POPQ en s-POP, levator avulsie en BBSFO
  • inzet POPQ, s-POP, BBSFO in de dagelijkse praktijk aan de hand van casuïstiek
  • meten van de buikdruk middels apparatuur

De dag wordt deels gevuld met presentaties, praktijksessies waarbij vnl. op elkaar getraind wordt onder begeleiding van de docent. Aan het einde van de dag wordt aan de hand van cases de toepasbaarheid besproken in de dagelijkse praktijk

cursusdoel

De bekkenfysiotherapeut kent

      • het huidige bekkenbodemspierfunctie onderzoek zoals in NL landelijk is afgesproken
      • de terminologie van de urogenitale prolaps
      • de s-POP en kan deze uitleggen
      • de betrouwbaarheid van zowel de POPQ als de s-POP
      • de POPQ uitleggen aan de patiënt
      • de definitie, etiologie en prevalentie van de levator avulsie
      • de rol van de buikdruk

De bekkenfysiotherapeut kan

    • de bekkenbodemspierfunctie adequaat uitvoeren
    • de POPQ uitvoeren
    • een urogenitale avulsie herkennen
    • de onderzoeksresultaten interpreteren en de patiënt betrekken in haar behandelplan
    • de POPQ een juiste positie geven in het totale onderzoek van de bekkenbodem, mede in relatie tot het BBSF onderzoek (BBSFO)
    • de buikdruk meten en de inzichten inzetten in de dagelijkse praktijk

doelgroep(en)

  • bekkenfysiotherapeuten
  • bekkenfysiotherapeuten (i.o.)
  • gynaecologen

geplande cursusdagen

geen data bekend